Pastorie GruttowegPastorie aan de Gruttoweg | 23 maart    Ik schrijf deze berichten op maandagmorgen. Vandaag heb ik aangegeven dat ik heb bedankt voor het beroep naar hervormd Wilnis. Dat was geen eenvoudige beslissing, maar dit beroep brak de roeping hier in Wapenveld niet open. De Heere gaf daar zelf rust en bevestiging op. Afgelopen zaterdag is ondertussen het beroep naar de Sionkerk in Ede ingegaan. Ook daarin zullen we zoeken wat de weg is die de Heere wil dat we gaan. Hij is het immers die Zijn dienaren zendt tot wie Hij wil en wanneer Hij wil, zoals we belijden met de Dordtse Leerregels (I.3). We leggen het in Zijn handen en vragen ook u als gemeente om uw biddende betrokkenheid daarin.

Bij de diensten
Op de avond van Goede Vrijdag mag ik in uw midden het Woord bedienen. Ik denk erover om dan te preken over Jezus die tussen de beide moordenaars hangt. De één lastert Hem, de ander vraagt om genade. Hoewel het een bekend woord is, heb ik er zelf nooit eerder over gepreekt. Maar het gaat wel diep. Juist in Zijn sterven opent Jezus de deur naar het paradijs voor mensen die in Genesis 3 uit het paradijs verdreven werden. Vanuit de Goede Vrijdag zullen we daarna ook toeleven naar Pasen. De Gekruisigde is de Opgestane. De Levensvorst is de Gekruisigde.

Tenslotte
Zondagmiddag in de consistorie werd ik erop gewezen dat de weektekst wel heel goed paste bij de preek in de dankzeggingsdienst. Dat was scherp opgemerkt, want eerlijk gezegd was het mij ontgaan (ook een dominee ontgaat wel eens wat…). ‘Ieder mens moet haastig zijn om te horen, maar traag om te spreken’ (Jak. 1: 19). Vanuit Jezus’ borgtochtelijk (plaatsvervangend) zwijgen voor Herodes, leerden we om onze tong in toom te houden. Wij spreken vaak te veel en ook niet altijd de goede woorden. Maar we leerden ook om goed te spreken van Hem. Niet zwijgen, maar vrijmoedig van Hem getuigen. Een bekend lied zingt – en daar sluit ik deze berichten mee af:

Neem mijn stem, opdat mijn lied,

U, mijn Koning, hulde bied’.
Maak, o Heer, mijn lippen rein
dat zij Uw getuigen zijn!
(Lied 267: 3, WK)

Hartelijke groet, ds. A. van der Stoep

Pastorie kerkstraatPastorie aan de Kerkstraat | 23 maart   De lijdenstijd is in mijn beleving snel gegaan. We naderen de 7e lijdenszondag en gaan daarna de stille week in. Op de 1e lijdenszondag stonden we stil bij de geschiedenis van de koperen slang, hoe God Zelf een middel gaf om het vergif onschadelijk te maken. In deze geschiedenis valt de schaduw van het kruis al ver vooruit. Het beeld van een schaduw heeft eigenlijk twee kanten in zich.

Op een warme zomerdag ervaren wij schaduw als een weldaad. Een moment van verkoeling. Maar schaduw is ook het beeld van invallende duisternis. Zo zeggen wij dat ook: iets werpt een schaduw vooruit. Maar, en dat moeten we niet vergeten, als er een schaduw is, dan is er ook licht. Schaduw bestaat altijd dankzij het licht. Zelfs in het dal van de schaduw van de dood: dat er een schaduw is, betekent dat het licht nabij is.

Na de dienst op die 1e lijdenszondag werd mij gewezen op het schilderij dat bij in de kerk bij de keuken hangt. Daarop is van het kruis van Christus alleen de schaduw zichtbaar. Treffend beeld van het lijdensevangelie. Wij zien de schaduw van het kruis van onze Zaligmaker, opdat wij in het geloof tot Hem komen. Is zo de lijdenstijd voor ons een gezegende tijd geworden? Van de kerkenraad kreeg ik kort daarna een boekje voor mijn verjaardag, geschreven door ds. P. den Ouden (Leven uit de Bron, christenzijn in de praktijk). Daarin kwam ik twee treffende uitspraken tegen van Andrew Bonar (1810-1892) die ik hierbij graag doorgeef:
- Bij de bediening van de Heilige Doop: ‘Heere, neem deze kleine in de schaduw van de grote Rots’.
- Over zijn eigen leven: ‘Alles wat ik ondernomen heb draagt het stempel van het onvolmaakte, nalatigheid gedurende heel mijn leven. Maar mijn plaats is onder de schaduw van de Rechtvaardige’.

Een hartelijke groet, ds. Kruijmer.