Pastorie aan de Gruttoweg | 15 december Hierbij een kleine vooruitblik naar de diensten van de komende weken. De deuren van Gods huis zullen weer heel wat keren open staan. Wat een zegen is dat! Voor een gelovige is het immers een grote vreugde en een diep verlangen om Hem te ontmoeten onder het Woord. Als Hij spreekt, wil Gods kind toch niets liever dan naar Hem luisteren?!
Het duidelijkst heeft God gesproken in de komst van Zijn Zoon. De Hebreeënbrief opent daar heel kernachtig mee: ‘Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon’ (Hebr.1:1). U begrijpt wel: dat brengt ons heel dichtbij het feest van Christus’ geboorte.
Tijdens het Kinderkerstfeest op de middag van eerste Kerstdag mag ik de meditatie verzorgen over het thema ‘De dromen van Jozef’. De volgende morgen, in de dienst van tweede Kerstdag letten we op Maria, de vrouw van Jozef, de moeder van de Heere Jezus. Zij is de enige vrouw uit Jezus’ geslachtsregister waar we nog niet op gelet hadden in de prediking. Vanuit welke tekst we dat zullen doen, weet ik op dit moment nog niet.
De zondagen rondom Kerst ga ik elders voor. De zondag ervoor dichtbij, de zondag erna ver weg. Op Nieuwjaarsmorgen ontmoeten we elkaar dan weer in een (korte) kerkdienst. En op zondag 4 januari in de morgendienst ga ik ook weer voor. Omdat in 2026 de gemeente Heerde 850 jaar bestaat, ontstond het idee om aan het begin van het jaar daar ook in een kerkdienst aandacht aan te besteden. Dat zullen we die zondagmorgen doen. Voor de tekstkeuze van de preek wil ik me laten inspireren door Bijbelteksten die een rol hebben gespeeld in of hebben geklonken op bijzondere momenten in de geschiedenis van onze eigen hervormde gemeente. Daarvoor hoop ik nog één en ander na te vragen bij mensen die goed in thuis zijn in de geschiedenis van onze gemeente.
Tenslotte
We wensen elkaar gezegende Kerstdagen toe. We hebben de afgelopen Adventsweken al iets geproefd van de diepte waarin Christus is afgedaald. We ontmoetten verscheidene vrouwen en mannen uit Jezus’ voorgeslacht. Zondige mensen, beschadigde mensen. Verhalen die soms ruw en hard zijn, maar wel uit het leven gegrepen. Het waren mensen die op een bepaalde manier heel dicht bij ons stonden. Maar in dát leven is Jezus gekomen. Daarmee kwam Hij ook heel dichtbij ons. Hij kwam tussen zondaren, heeft de ruwheid en hardheid van dit bestaan geproefd. Denk maar niet dat de kribbe nu zo comfortabel lag voor de kleine Jezus. En nog minder dat het kruis een prettige verblijfplaats was. Integendeel. Maar:
Wat deed uit ’s hemels zalen,
o Heer’ der heerlijkheên,
op aarde U nederdalen?
Uw grote liefde alleen!
Uw eindeloos erbarmen
met onze grote nood,
dat als met reddende armen
ons zegenend omsloot.
(NHB Gezang 1: 5)
Laat ons Zijn liefde ontvangen, bewonderen, aanbidden. Dan hebben we écht een gezegend Kersfeest! Ik wens het u en jou van harte toe.
Maar we wensen elkaar ook een goede jaarwisseling. Die volgt altijd weer kort op het Kerstfeest. Het oude jaar is voorbijgegaan, een nieuw jaar lonkt. We weten niet hoe het zal zijn. Dat geldt in onze eigen levens en in de grote wereld. We weten wel wie God is in Zijn Zoon Jezus Christus. Hij regeert en heeft alle macht in hemel en op aarde. Dat mag ons vertrouwen geven. Niet een algemeen vertrouwen, zo van: het zal allemaal wel goed komen… Nee, een gelovig vertrouwen dat zich vasthecht aan Gods beloften. Immers, Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid!
Een hartelijke groet vanuit de pastorie, ook namens Carolina, Sarah en Nathanaël,
Ds. A. van der Stoep.
Pastorie aan de Kerkstraat | 15 december Op de vierde Adventszondag hopen wij nog een keer de geschiedenis van de woestijnreis te openen in Numeri 24. We horen daar hoe de heidense Bileam profeteert tegen wil en dank: ’Er zal een ster uit Jakob voortkomen, er zal een scepter uit Israël opkomen’. Het zijn woorden vol Adventsverwachting. Daarmee slaan we een aantal hoofdstukken over, maar in het nieuwe jaar hopen we daar nog op terug te komen.
We danken ieder die ons een Kerstgroet heeft gestuurd en wensen u en jullie Gods zegen toe. Het jaar is voorbij gevlogen. We denken bijzonder aan de gemeenteleden die een geliefde moesten verliezen. Er zijn in de gemeente ook kinderen geboren en gedoopt, daarin is de trouw van God zichtbaar. De HEERE kent ons allen bij name! We wensen elkaar gezegende Kerstdagen toe, een goede jaarwisseling, en een hoopvol 2026.
Hartelijke groet, ook van Barbara & Bartine, Neline, Henrieke!
ds. Kruijmer
Het laatste woord als begin van geloof: Amen
Vorige week citeerde ik uit het recent verschenen boekje ‘Nicea voor nu’. Wat ik er nog aan toe wil voegen, is dat het een boek is om kritisch en ook wel selectief te lezen. Er staan mooie inhoudsvolle bijdragen in. Op andere momenten wordt er wel een erg moderne versie van Nicea neergezet en is eigenlijk de vraag of dat nog recht doet aan de Bijbel en het belijden van de kerk. Waardevol is om na te denken over het amen van de belijdenis. Daarvan een verkorte weergave (blz 162-165).
Het woord amen is één van de meest uitgesproken, maar wellicht ook minst overdachte woorden van de christelijke liturgie. Wat bedoelen we wanneer we dit kleine woord uitspreken? En waarom eindigt de geloofsbelijdenis – die als een samenvatting van het geloof en de identiteit van de christen kan worden beschouwd – met dit korte, krachtige woord? Het woord amen heeft semitische wortels. In het Hebreeuws komt het van de stam ‘mn, die verwijst naar standvastigheid, betrouwbaarheid en zekerheid. Reeds in het Oude Testament functioneert amen als een bevestigingsformule van het volk op Gods woord en op Zijn verbond. In het Nieuwe Testament wordt amen frequent gebruikt, ook door Jezus Zelf, die Zijn woorden vaak daarmee inleidt: ‘Amen, amen, Ik zeg u’. Hier is amen niet louter een bevestiging achteraf, maar een krachtige claim op de waarheid van wat volgt.
Het amen aan het einde van de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel wordt uitgesproken als volmondige bevestiging en vanuit innerlijke betrokkenheid. Dit amen functioneert als persoonlijke bevestiging, en tegelijk een bevestiging van heel de kerk. Het is een moment van overgave, van toe-eigening. Wie amen zegt op het Credo, bevestigt dat deze woorden niet slechts historische stellingen of kerkelijke formuleringen zijn, maar waarheid die mij aangaat. Het is een keuze, een geloofsdaad, een persoonlijke overgave aan de levende God.
De theologische diepte van het amen reikt echter nog verder. In de Openbaring aan Johannes wordt Jezus Christus Zelf aangeduid als dé Amen: ‘Dit zegt de Amen, de getrouwe en waarachtige Getuige’ (Openbaring 3:14). Wanneer wij dus amen zeggen, spreken wij ons geloof uit in Hem die de waarheid is, het Woord van God dat standhoudt tot in eeuwigheid. Ons amen sluit aan bij Zijn amen, en wordt erdoor gedragen. In die zin is het amen niet alleen onze instemming, maar wijst het opnieuw op deelname: Christus neemt ons amen op in het Zijne en draagt het voor het aangezicht van de Vader. Laat het amen dus niet zomaar een slotwoord zijn. Laat het een begin zijn van een vernieuwd leven in geloof, hoop en liefde, gegrondvest op de Ene die Zelf het Amen is: Jezus Christus, onze Heere.

